't Daghet in den Oosten

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Limburgs tijdschrift, gedrukt door M. Ceyssens te Hasselt (1885-1914), dat zich aanvankelijk richtte tot "alle liefhebbers van Taal- en andere Wetensweerdigheden".

Het tijdschrift ontstond in het Groot Seminarie te Luik onder invloed van Guido Gezelle, met wie de stichters Polydoor Daniëls (Diest 1845 – Hoeilaart 1944), August Cuppens en Jacob Lenaerts in contact kwamen door toedoen van de Westvlaming Arthur Lewylle (Vlamertinge 1861 – Ukkel 1915), die daar seminarist was. Daniëls nam als oudere de leiding waar, maar Gezelle bleef gedurende enkele jaren de bezieler van dit Limburgse Loquela. In 1908 verscheen de naam van Cuppens voor het eerst als hoofdopsteller. Op dat ogenblik verdwenen de wetenschappelijke elementen bijna geheel zodat het tijdschrift vrij bruusk duidelijk een literair karakter kreeg. Van dan af was het volgens de ondertitel bestemd voor "alle liefhebbers van Dietsche letterkunde". Enkele jaren later kreeg Cuppens hulp van dichter Jef Leynen (Hasselt 1880 – Hasselt 1936), die als schrijver van de opstelraad fungeerde.

Hoewel niet politiek georiënteerd had t Daghet onmiskenbaar een katholieke strekking en huldigde het taalparticularistische opvattingen. Andere Vlaamsgezinde initiatieven, waarin de rol van de clerus niet doorslaggevend was, zoals het Limburgsch Jaarboek, werden met heel wat argwaan onthaald. Het tijdschrift droeg sterk bij tot de Vlaamse bewustwording in Limburg. Het had tot doel "de Limburgers van Belgenland en Holland tot eerbied en liefde jegens hun eigen volk op te wekken, en alzoo mee te werken om de ontaarding te bestrijden... in Godsdienst, Taal, Zeden en Gebruiken" (t Daghet, jg. 3 (1887), p. 41). Het fungeerde in de eerste jaren als een orgaan van de Limburgse studentenbeweging, in het bijzonder van de Limburgsche Gouwgilde die in 1885 door Lodewijk Plessers in Leuven was opgericht. Vanaf 1888 werd die rol evenwel overgenomen door De Kabouter uit het Land van Loon.

In de eerste drieëntwintig jaargangen van dit maandblad ligt een schat aan materiaal verborgen voor de studie van folklore, plaatselijke geschiedenis, volkspoëzie, volkswijsheid, volkstaal, enzovoort. In de volgende jaargangen werden voornamelijk poëzie en romantische verhalen opgenomen en kreeg jong, plaatselijk talent een kans tot publiceren.

Literatuur

 A. Cuppens, 'De eerste " 't Daghetjongens" en Guido Gezelle', in 't Daghet in den Oosten, jg. 26 (1910), p. 1-5 en p. 49-59; 
J. Droogmans, 'Guido Gezelle en de Limburgers', in Miscellanea J. Gesler, 1948; 
id., 'Limburgse tijdschriften in de moderne Vlaamse literatuur', in Verzamelde opstellen, I, 1955, p. 19-34; 
L. van Roy-Peeters, 't Daghet in den Oosten (1885-1914) (Nederlandse volkskundige bibliografie, XI, 1971); 
L. Gevers, Bewogen Jeugd. Ontstaan en ontwikkeling van de katholieke Vlaamse studentenbeweging (1830-1894), 1987.

Auteur(s)

Jozef Boets; Raf van Laere