Timmermans, Jan: verschil tussen versies

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken
k (1 versie geïmporteerd)
k (1 versie geïmporteerd)
 
(geen verschil)

Huidige versie van 10 jan 2019 om 19:03

(Antwerpen 15 oktober 1901 – Etterbeek 5 april 1962). Schoonzoon van Ary Delen.

Was de zoon van Nederlandse handelaars. In 1919 verwierf Timmermans de Belgische nationaliteit. Tijdens de oorlog had hij onder de invloed van zijn buurman Floris Couteele sympathie opgevat voor het activisme. Als leerling aan het atheneum van Antwerpen vertoefde hij in radicaal flamingantische en activistische kringen waartoe ook Herman van den Reeck behoorde. Hij was voorzitter van de Vlaamsche Bond van het atheneum te Antwerpen en van het landelijk Verbond van Vlaamse Atheneumstudenten. Na het overlijden van Herman van den Reeck werd hij hoofdredacteur van het leerlingentijdschrift De Goedendag, waarin hij publiceerde onder de schuilnaam Jan Handers. Mede door de gewelddadige dood van Van den Reeck, aan wiens graf Timmermans namens de studenten een rede uitsprak, zette de radicalisering zich voort. In september 1920 stichtte hij mee Jong-Vlaanderen, een anti-Belgische organisatie waarvan de naam naar de radicaal activistische organisatie verwees. Timmermans was ook nog actief in de Vlaamse Clarté-groep en andere links en vrijzinnige organisaties en bladen.

Na studieverblijven aan de Sorbonne en in Berlijn studeerde Timmermans rechten aan de Université libre de Bruxelles. In 1926 schreef hij zich aan de balie in Antwerpen. Hij liep stage bij Emiel Wildiers. Hij speelde spoedig een vooraanstaande rol aan de balie. In 1935 werd hij door de Vlaamse Conferentie der Balie verzocht de traditionele openingsrede te houden. In 1936 werd hij tot ondervoorzitter van de Vlaamse Conferentie der Balie van Antwerpen gekozen.

Timmermans werd na zijn terugkeer in Antwerpen partijpolitiek actief in de Frontpartij. Daarnaast was hij actief in talrijke Vlaamsgezinde culturele initiatieven. Zo stichtte hij in 1928 mee de Volksuniversiteit Herman van den Reeck en zetelde in de raad van advies. In 1937 werd Timmermans ondervoorzitter van het Verbond van Vlaamsche Cultuurverenigingen Antwerpen. In 1929 werd hij voor de Frontpartij verkozen in de provincieraad van Antwerpen. In 1932 werd hij samen met Antoon Picard verkozen in de Antwerpse gemeenteraad. In 1933 volgde hij Herman van Puymbrouck op als leider van de Antwerpse Frontpartij. Hij voerde in 1933-1934 onderhandelingen met het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) van Staf de Clercq. Hoewel hij in februari 1934 het VNV-programma nog dictatoriaal noemde, probeerde hij te bekomen dat de Frontpartij met behoud van haar programma tot het VNV mocht toetreden. Toen dat niet lukte, probeerde hij zijn partijleden te overtuigen toch een overstap te wagen, maar hij werd niet gevolgd. Daarop gaf hij in december 1934 ontslag om over te stappen naar het VNV. Op 8 februari 1935 werd hij VNV-gewestleider voor Antwerpen. In 1936 leidde hij mee de onderhandelingen die tot een kartel leidden met zijn gewezen partij. Zelf duwde hij de kamerlijst, doch hij behaalde slechts 23 voorkeurstemmen. In 1939 bekleedde hij de tweede plaats op een Vlaamsch Nationaal Blok-lijst met de onafhankelijke lijsttrekker Flor Grammens. Hij werd verkozen in de Kamer. Inmiddels was hij in januari 1939 VNV-arrondissementsleider voor Antwerpen geworden. In 1938 verlengde hij zijn mandaat in de Antwerpse gemeenteraad. Timmermans behoorde in de context van het Antwerpse VNV tot de radicalen in de partij. In Volk en Staat stak hij zijn bewondering voor het nationaal-socialisme niet onder stoelen of banken. Hij publiceerde tevens scherpe antisemitische stukken (antisemitisme).

In 1935 en 1936 lokte hij een polemiek met Frans van Cauwelaert uit die hij beschuldigde van financieel gesjoemel. Van Cauwelaert daagde Timmermans voor de rechtbank wegens eerroof en won het pleit.

In mei 1940 werd Timmermans opgepakt door de Belgische Veiligheid en naar Le Vernet d'Ariège in Frankrijk afgevoerd (Spooktreinen). Na zijn terugkeer stapte hij met zijn partij in de collaboratie. Op 7 november 1940 werd Timmermans lid van de raad van leiding van het VNV en meteen tot gouwleider geprompoveerd. Van 1943 was hij de verbindingsman tussen de VNV-leiding en Volk en Staat.

In december 1941 werd hij havenschepen van Groot-Antwerpen in een college waarin naast VNV'ers en andere Nieuwe Orde-gezinden ook leden van het oude bestuur zetelden. Timmermans ambieerde de post van burgemeester. Begin 1944 lukte het hem het ontslag van burgemeester Leo Delwaide te forceren en waarnemend burgemeester te worden. Op 20 juli 1944 werd hij officieel benoemd.

Namens het VNV volgde hij de benoemingsdossiers in het gerecht op en trachtte hij ook op dat terrein een 'greep naar de macht' te realiseren. Timmermans stichtte en leidde tijdens de bezetting Het Juristenblad. In 1940, na zijn terugkeer uit Franse gevangenschap, werd hij voorzitter van de Vlaamse Conferentie der Balie van Antwerpen gekozen.

Na de oorlog werd hij op 19 september 1945 door de krijgsraad ter dood veroordeeld, een vonnis dat door een arrest van het krijgshof op 25 april 1946 bekrachtigd werd. Na jaren werd dit doodsvonnis vernietigd en in 1951 werd hij wegens zijn zeer slechte gezondheidstoestand in voorlopige vrijheid gesteld, met verbod zich te Antwerpen te vertonen. In 1952 was hij één van de stichters van de Vlaamse Volksbeweging, maar hij speelde voorts geen belangrijke rol meer. Overleden te Etterbeek in 1962, werd hij met toestemming van het gemeentebestuur van Antwerpen begraven op Schoonselhof. Timmermans bekeerde zich in de gevangenis tot het katholicisme.

Werken

Artikelen in onder meer De Schelde; Volk en Staat; Strijd; 
T.G. Masaryk en de vestiging van den Tsjechoslovaakschen Staat, 1936; 
De haven van Antwerpen en haar verhouding tot die van Rotterdam, 1937; 
met F. Prims, De Schelde en Antwerpen, historisch en economisch, 1943.

Literatuur

B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994.

Verwijzingen

zie: Robert van Roosbroeck.

Auteur(s)

Bruno de Wever