Ter Waarheid (1921-1924)

Uit NEVB Online
Versie door ADVN (overleg | bijdragen) op 10 jan 2019 om 18:03 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

literair en politiek tijdschrift dat in januari 1921 te Gent werd opgericht door Joris van Severen en Achilles Mussche.

De volledige titel luidde: Ter Waarheid, met het gedachtenleven in Vlaanderen en in de wereld. De aanvankelijke ondertitel "Maandschrift over Godsdienstleven, Kunst, Staatkunde in Vlaanderen en in de wereld" liet volop blijken dat de twee voornaamste stichtende leden aansluiting zochten bij het ideeëngoed van het humanitair expressionisme. Deze stroming leefde vooral in Antwerpen en kwam tot uiting in een aantal tijdschriften die tussen 1920 en 1925 alle een kortstondig bestaan leidden: Ruimte (1920-1921), Opstanding (1920-1921), Het Overzicht (1921-1925), Pogen (1923-1925) en De Driehoek (1925-1926).

Het is niet duidelijk of het Manifest dat in het eerste nummer verscheen alleen van de hand van Van Severen was. In die tijd was hij in tamelijk drukke correspondentie met Cyriel Verschaeve over de oprichting, vorming en uitwerking van een nieuw en vernieuwend tijdschrift. Het Manifest prees de nationale bewustwording van het Vlaamse volk, wilde ijveren voor een rechtvaardiger sociaal-economisch bestel en begroette uitbundig de internationale samenwerking. Humanitaire en pacifistische axioma's werden aldus verzoend met nationalistische idealen. Mussche die uit het activisme kwam en tot in 1921 redacteur was bij Ons Vaderland en Van Severen uit de Frontbeweging interpreteerden op dat ogenblik het politieke programma van de Frontpartij in het perspectief van democratische, radicaal Vlaamse, pacifistische en internationaal gerichte doelstellingen. Zij werden, in de eerste nummers althans, bijgestaan door Oscar Dambre en Bert d'Haese.

Reeds in juni 1921 moest, op uitdrukkelijk bevel van de Brugse bisschop Gustave Waffelaert, Verschaeve elke medewerking en publicatie staken. Toch verschenen nog bijdragen van de kapelaan, maar het waren overnames uit andere tijdschriften (onder andere uit Onze Jeugd).

Het blad geraakte al snel in ademnood hoewel Van Severen het gestadig opvulde met artikelen, in de oorspronkelijke taal, uit Franse, Duitse en Engelse tijdschriften om zo de aansluiting op het Europees internationaal geestesleven te bewerkstelligen. Het was een formule die snel tot vermoeidheid leidde.

Bovendien oriënteerde Van Severen zich in 1923, mede als gevolg van zijn parlementair mandaat en van de stormachtige ontwikkelingen van de nationalistische partijformatie in West-Vlaanderen (onder meer door de oprichting van de Roomsch Katholieke Vlaamsch Nationale Vereeniging), langzaam maar zeker in strikt nationalistische en katholieke richting. Vanaf medio 1923 verschenen een aantal artikelen waarin Van Severen deze politieke metamorfose voltooide. Het belangrijkste droeg als titel: "Vlaamsch Nationalisme. Een essay" (1924). Daardoor verloor Van Severen zijn voornaamste co-redacteur Mussche, die niet in het nationalistische vaarwater wilde terechtkomen en aansluiting zocht bij de socialistische partij. Het blad viel nog voor het einde van 1924.

Literatuur

H.J. Elias, 25 Jaar Vlaamse Beweging, I, 1969; 
R.F. Lissens, De Vlaamse letterkunde van 1780 tot heden, 19734; 
P. Renard, De ideologische en organisatorische problemen van het Vlaams-nationalisme in West-Vlaanderen 1919-1931, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1983; 
M. Rutten en J. Weisgerber (red.), Van "Arm Vlaanderen" tot "De voorstad groeit". 1888-1946. De opbloei van de Vlaamse literatuur van Teirlinck-Stijns tot L.P. Boon, 1988; 
P.J. Verstraete, 'Joris van Severen en de Vlaamse beweging. Beschouwingen bij enkele artikelen', in Gedenkboek Joris van Severen, 1994, p. 9-22; 
V. Eggermont, 'Ter Waarheid. Aanzet tot een inhoudsanalyse', in Gedenkboek Joris van Severen, 1994, p. 23-40; 
A. van Severen, Joris van Severen, I, 1995.

Auteur(s)

Romain Vanlandschoot