Schiltz, Emiel J.

Uit NEVB Online
Versie door ADVN (overleg | bijdragen) op 10 jan 2019 om 13:08 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 27 februari 1865 – Antwerpen 4 november 1929).

Ging na zijn humaniora aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege te Antwerpen rechten studeren te Leuven, waar hij vanwege baldadigheden, waaraan hij geen deel had genomen, van de universiteit werd weggestuurd. Nadat de ware Waalse daders ontdekt waren, mocht Schiltz terugkeren op voorwaarde dat hij dit schriftelijk aan de rector zou vragen. Hij weigerde, ging als klerk bij de griffie van het Antwerpse gerechtshof werken en promoveerde in 1892 tot doctor in de rechten voor de Centrale Examencommissie. Hij liep stage bij Florimond Heuvelmans en vestigde zich als advocaat te Antwerpen. Binnen de Nederduitsche Bond behoorde hij tot de progressieve vleugel die opkwam voor de democratisering van de Meetingpartij.

Bij de verkiezingen van 1894 in Aalst verleende hij actieve steun aan Adolf Daens. In 1895 was hij een van de medestichters van de daensistische Vlaamsche Christene Volkspartij te Antwerpen. Hij schreef de eerste verklarende artikels in Het Volksrecht, het orgaan van de Antwerpse daensisten. Binnen het daensisme vertegenwoordigde hij samen met Hector Lebon de gematigde lijn en bepleitte hij steeds de toenadering tot de katholieke partij.

Toen het Antwerpse daensisme rond 1900 onder invloed van Florimond-Alphonse Fonteyne een linkse en antiklerikale koers ging varen, brak Schiltz met deze beweging. Hij keerde terug naar de Nederduitsche Bond en aanvaardde in 1912 een kansloze kandidatuur voor de provincieraad bij de Meetingpartij. Tijdens de oorlog week hij met zijn gezin uit, eerst naar Nederland, daarna naar Engeland en ging ten slotte als ambtenaar werken voor de Belgische regering in Le Havre. Zo had hij dan aanvankelijk ook weinig sympathie voor het activisme. Na de oorlog, na zijn contacten met de flaminganten, achtergebleven in bezet België, wijzigde hij zijn houding. Hij verdedigde de activisten August Borms en Adelfons Henderickx voor het assisenhof. Schiltz bleef politiek bedrijvig, maar vond de Katholieke Unie te weinig vooruitstrevend op Vlaams gebied. De Frontpartij vond hij te vrijzinnig en de Godsvredegedachte wees hij af. Zo was hij in 1924 een van de medeoprichters van de Katholieke Christelijke Volkspartij voor Vlaanderen in Antwerpen. Voor de verkiezingen sloot deze partij in Antwerpen een kartel met de Frontpartij en Schiltz werd kandidaat voor de Senaat.

Als advocaat ijverde hij voor de vernederlandsing van het gerecht. Zo speelde hij een rol in de Vlaamse Conferentie der Balie van Antwerpen. Hij was voorzitter in 1913-1914 en 1920-1921 en werkte eveneens mee aan het Rechtskundig Tijdschrift. Naast zijn bijdragen aan politieke bladen zoals Het Volksrecht schreef hij eveneens gedichten, toneelstukken en essays. Zijn toneelstuk Metella kende een beperkt succes. Hij hield talrijke voordrachten waarin hij zich ontpopte tot een warme en soms humoristische verteller. Emiel Schiltz was de oom van Hugo Schiltz.

Literatuur

H. Landuyt, Het daensisme in Antwerpen, 1973; 
id., 'Emiel Schiltz', in Priester Daens, jg. 5, nr. 3 (april 1981), p. 5; 
F. van Campenhout, Prominenten uit de daensistische beweging, 1989; 
id., 'Schiltz, Emiel', in NBW, XIII, 1990; 
L. Vandeweyer, 'Het katholieke Vlaams-nationalisme in Antwerpen naast het Vlaamse Front 1925-1931', in WT, jg. 50, nr. 4 (1991), p. 193-197 en jg. 51, nr. 1 (1992), p. 1-16.

Verwijzingen

zie: Antwerpen-stad.

Auteur(s)

Hugo Landuyt