Reinhard, Frans

Uit NEVB Online
Versie door ADVN (overleg | bijdragen) op 8 jan 2019 om 13:24 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

(Brusssel 2 maart 1850 – Heveadorp 30 juli 1921). Vader van Willem Reinhard.

Was in tegenstelling tot de eerste generatie van hoofdzakelijk geïmmigreerde flaminganten te Brussel, een geboren Brusselaar. Reinhard studeerde voor onderwijzer (1867), maar werd in 1869 ambtenaar bij de stad Brussel. In 1882 promoveerde hij tot secretaris van burgemeester Karel Buls en twee jaar later tot hoofdambtenaar van de afdeling onderwijs en schone kunsten van de stad Brussel.

Zoals andere Brusselse flaminganten van zijn generatie was Reinhard vrijzinnig en zocht hij aansluiting bij het progressief-liberalisme. Dit belette niet dat hij ook de drijvende kracht was achter de Landdagbeweging, die als ontmoetingsorgaan voor Vlaamsgezinden over de partijgrenzen heen aansloot bij een in Brussel sterk levend ideaal van een derde neutrale flamingantische partij. Reinhard nam deel aan de landdagen vanaf 1867, trad er in 1885 op als afgevaardigde van de Liberale Vlaamsche Bond van Brussel en was van 1886 tot 1904 secretaris. Het overwinnen van de beperkte groeikracht van de V.B. te Brussel en van de interne verdeeldheid waren de redenen voor Reinhards engagement bij de oprichting in 1885 van voornoemde Liberale Vlaamsche Bond, die niettemin sterk verdeeld bleef. Reinhard laveerde er tussen de doctrinairen en progressieven. Van 1885 tot 1889 was hij tevens betrokken bij de redactie van Flandria, het orgaan van de Bond. Daarnaast bleef hij zich inzetten voor initiatieven over de partijgrenzen heen, zoals bijvoorbeeld de in 1889 te Brussel opgerichte De Vlaamsche Wacht. Verder bleef hij via Geen Taal Geen Vrijheid jarenlang intens verbonden met de Vlaamse studenten aan de Université libre de Bruxelles (ULB). Hij was spreker voor en erelid van Help U Zelf, de leerlingenbond in het arrondissement Brussel. In dezelfde jaren 1880 speelde Reinhard ook een rol in de Grievencommissie, een voortzetting van de Vlaemsche Commissie (1856). Hij werd via het Willemsfonds in 1882-1883 secretaris en in 1888 voorzitter van het Verbond der Vlaamsche Grievencomiteiten.

Toen in 1891 de Landdagbeweging in Brussel een vaste organisatievorm kreeg door de oprichting van het Nationaal Vlaamsch Verbond, gaven de Brusselse vrijzinnigen zoals Reinhard, Maurits Josson en Theophiel Coopman er de toon aan. Reinhard werd secretaris van de een jaar later opgerichte Vlaamsche Volksraad en vanuit die raad nam hij in 1897 mee het initiatief tot een massaal bijgewoonde optocht en landdag ter ondersteuning van het wetsvoorstel- Edward Coremans-Juliaan de Vriendt inzake bestuurszaken (de zogenaamde Gelijkheidswet van 1898)

Uit de Vlaamsche Volksraad kwam in Brussel een neutrale Vlaamsche Volkspartij tot stand (1892), met medewerking van onder meer Reinhard en Josson. Maar het uitblijven van electorale successen en het feit dat Reinhard er niet in slaagde de ideologische en persoonlijke geschillen te overbruggen, leidden tot de mislukking van dit initiatief. Terwijl het Brusselse flamingantisme als gevolg daarvan uiteenviel en door de bestaande partijen werd geïncorporeerd, stortte Reinhard zich, samen met generatiegenoot Josson, in de verdediging van de Zuid- Afrikaanse Boeren naar aanleiding van de zogenaamde Boerenoorlogen met de Engelsen. Er werd een Transvaal Comiteit opgericht (1899) en toespraken gehouden en geld ingezameld (Zuid-Afrika).

Al een rijpe zestiger raakte Reinhard tijdens de Eerste Wereldoorlog nog betrokken bij het Brusselse activisme. Samen met Josson stichtte hij de activistische Vlaamsche Landsbond, die een federalistisch programma voorstond. Hij was geen voorstander van samenwerking met het radicale Jong Vlaanderen. Nog in oktober 1918 treffen we Reinhard aan als lid van het voorlopige bestuur van de Vlaamsche Unie. Ook deze vereniging stond de oprichting van een federaal België voor. Na de oorlog week hij uit naar Nederland; hij had er banden via zijn huwelijk met de Nederlandse Anna Locher van Koch.

Werken

Engelsch en nederlandsch. Taalkundige gelijkenissen-Anglais et néerlandais. Analogies linguistiques, 1881; 
F. Goupil (pseudoniem), 'Het Vlaamsch te Brussel', in De Kleine gazet (28 oktober 1883); 
Het Nederlandsch voor de strafrechtbanken in Vlaamsch-België, 1887; 
F. Goupil (pseudoniem) Lettre d'un Patriote Belge, 1904; 
Algemeen verslag over de werking van het Nationaal Vlaamsch verbond, 1891-1911, 1912; 
met M. Jossen, Vlamingen! Flamands!, 1915; 
Ma Réplique à la Réponse à M. Reinhard "signée" Des Belges, 1915.

Literatuur

L. Buning, 'Nieuw licht op het Brussels activisme', in WT, jg. 38, nr. 4 (1979), p. 193-228; 
L. Jansegers, 'Onmachtpositie van het Brusselse liberale flamingantisme (1884-1895)', in Taal en Sociale Integratie, VI, 1982, p. 107-135; 
Frans Reinhard in zijn tijd, 1850-1921, 1996.

Auteur(s)

Machteld de Metsenaere