Frontblaadjes

Uit NEVB Online
Versie door ADVN (overleg | bijdragen) op 8 jan 2019 om 14:20 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Allerhande kleine periodiekjes die vanaf augustus 1915 naast De Belgische Standaard aan het Belgische front, zoals aan de andere fronten, verschenen.

Sommige blaadjes waren gehectografeerd, andere gedrukt of gepolykopieerde handschriften. De oplage kon erg verschillend zijn naar gelang van de grote van het lezerspubliek en de vrijwillige financiële steun. De kleinste oplagen schommelden beneden het honderdtal, terwijl de grootste oplage 8000 exemplaren bereikte. De hoogste cijfers werden genoteerd bij frontbladen die voor een streek of een kanton bestemd waren zoals Het Kanton Haacht onder de Wapens, De Poperingsche Keikop, Herenthals, Tusschen Brussel en Leuven, Ons Brugge, Ons Limburg, Het Soete Waasland, Ik ben Roeland, Ons Sinjorenblad enzovoort. Voor een beperkt publiek bestemd waren de blaadjes die zich richtten tot oud-leerlingen van een instituut of tot leden van een studentenorganisatie, zoals het Limburgsch Studentenblaadje voor oorlogstijd, Eigen Kunst-Eigen Leven van de studentengilde van Turnhout, Gent Sint Barbara, De Holstraat op het Front, Vriendengroet van Oostakkers oud-leerlingen, De Tieltsche Student, Sint Amands Studentenblad, Sint Rombouts enzovoort. CICM-De Scheutist en Karmelklokje waren krantjes voor reguliere geestelijken, terwijl Duynenblad en Sursum Corda voor de geestelijkheid van het bisdom Brugge en Mechelen bestemd waren. Voor de andere bisdommen waren Galmen uit het Bisdom Gent en Leodium bestemd. Zij verschenen op ongeregelde tijden en waren hoofdzakelijk het werk van aalmoezeniers en brancardiers (meestal seminaristen en onderwijzers in het burgerleven).

De eerste Vlaamse frontblaadjes schijnen te zijn geweest Sint-Jans-Molenbeek van de aalmoezeniers Jan Bernaerts en Van den Heuvel en Het Poperinghenaartje van de aalmoezenier M. Lambrecht. Het totale aantal van deze publicaties moet om en nabij de 200 gelegen hebben, de krantjes voor de hospitalen en de krijgsgevangenkampen in Nederland en Duitsland niet meegerekend.

De Vlaamse frontblaadjes verschillen grondig van hun Franse, Engelse en Duitse soortgenoten door hun regionalistische inslag. Bijna alle wilden ze nieuws verstrekken van bekenden in legerdienst (lijsten met adressen, namen van gewonden, gesneuvelden, bevorderingen enzovoort) en over de geboortestreek in het bezette land. Bovendien werd in vele frontbladen aan volksontwikkeling gedaan: er werd publiciteit gegeven aan de culturele initiatieven aan het front, het volgen van cursussen in loopgraven en kantonnementen werd aanbevolen en aan de lezers werden soms kosteloze abonnementen op de bibliotheek van het Secretariaat der Katholieke Vlaamsche Hoogstudenten (SKVH) beloofd. In de meeste blaadjes werd ook een campagne gevoerd tegen de zedeloosheid en ook hiervoor werd verwezen naar de bestaande literatuur aan het front: De Belgische Standaard en SKVH. Op een paar uitzonderingen na hadden alle bladen een duidelijk katholiek karakter al werd partijpolitiek in strikte zin uit de kolommen geweerd. Regelmatig, en vooral omstreeks de kerkelijke feestdagen, verscheen er een vermanend artikel. In enkele legerafdelingen had men trouwens kennelijk godsdienstige geschriften, zoals Herdenkt, Stem van den Bond van het H. Hart. Voor het geheel van de katholieken in het leger werd Miles Christi uitgegeven.

Een afzonderlijke vermelding verdienen Steeds Hooger Op, Klokke Roeland en Hooger Op. Dit waren publicaties van studiekringen die in de loop van de oorlog verboden werden. Van 4 mei 1917 af werd door de militaire overheid de perscensuur uitgebreid tot deze soldatenblaadjes. Dit had tot gevolg dat veel uitgaven werden gestaakt. Bijvoorbeeld de volgende, die sinds 1916 verschenen en verdwenen in 1917: Auvours, Eigen Kunst-Eigen Leven, Ieperen, Limburgsch Studentenblaadje, Mechelen aan 't Front, Nieuws uit St. Amands, Ons Dierbaar Ruisbroek, Pithem in 't leger en in de vreemde, Het Roeselaernaarke, Steeds Hooger Op, De Stem der Congregatie J.M.J.V.. Enkele andere die spoedig verdwenen na hun verschijnen sinds 1917 waren De Gheluwenaar, Hooger Op, De Kerels, Laat af, De Leijegalm, De Leiekerels, Loven Boven, Meulebeke, Ons Blad, Ons Bladje, De Scheldegalm, De Snelleghemnaar, Sperreghem, Studiosus, De Sysseelnaar, De Zeesterre. Voor andere was dit een reden om voortaan clandestien te verschijnen en verspreid te worden, zoals 't Kerelsblad of De Vlaamsche Klaroen. Uiteraard gaat de aandacht van deze publicaties in de eerste plaats naar de grieven van de Vlaamse soldaten.

In 1918 wordt gedacht aan tijdschriften met meer standing en ruimere uitstraling, zoals het enige nummer van Studax, uitgegeven door Frans Daels en versmolten met L'Universitaire, De Hoogstudent.

Behalve algemene informatie over de examens die van het laatste oorlogsjaar af voor studenten-soldaten werden georganiseerd, werd praktische studiehulp geboden. Per faculteit werd het programma afgedrukt met de aanduiding van de werken die voor elk vak gebruikt konden worden. Ook gaven professoren aanwijzingen over de manier waarop ze wensten dat hun cursus bestudeerd werd. Reeds vroeger hadden de onderwijzers zich gegroepeerd rondom hun blad L'Ecole aux Armées – De School bij het Leger. Hun doel was eerder sociaal-syndicaal.

Nog te vermelden is het enige nummer van Ons Leven-Hoogstudent, verschenen onder redactie van Eugeen van Nuffel, secretaris van Frans van Cauwelaert, maar op initiatief van Hendrik Borginon. Op het laatstgenoemde na geven al deze frontblaadjes een thans eerder ontstellend beeld van het lage intellectueel niveau van de gemiddelde Vlaming tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Literatuur

A. Verbouwe, De Vlaamsche Soldatenblaadjes gedurende den Wereldoorlog (1914-1918). Bibliographie en historische nota's, 1923; 
Catalogus van de tentoonstelling Stille Getuigen 1914-1918. Kunst en geestesleven in de frontstreek, 1964; 
M. Ureel De Vlaamse Frontblaadjes 1914-1918, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1970; 
G. Bulthé, De Vlaamse loopgravenpers tijdens de Eerste Wereldoorlog (Centrum voor militaire geschiedenis, bijdrage 7, 1971); 
J. Vorsselmans, 'Het Heidebloemken', in Calmpthoutiana, jg. 36, nr. 1 (1984), p. 3-21; 
Ph. Haeyaert 'Louis De Boninge en "De Leiekerels". Tijdschrift voor Wevelghemsche Jongens aan den Yzer', in De Leiegouw, jg. 27 (1985), p. 151-163; 
V. Arickx, 'Rond den Yzer, Letterkundig tijdschrift voor Belgenland (1916-1917)', in Biekorf, jg. 85 (1985), p. 153-180 en p. 250-258; 
R. Nijssen, 'Soldatenpastoraal aan de IJzer: 't Nieuws van St.-Truiden. Een katholiek frontblaadje voor de Sint-Truidenaren', in Limburg, jg. 70 (1991), p. 79-99; 
id., Limburgs studentenblaadje voor oorlogstijd. Bibliografische analyses 11, 1993.

Auteur(s)

Luc Schepens; Luc Vandeweyer