Arbeidsorde

Uit NEVB Online
Versie door ADVN (overleg | bijdragen) op 8 jan 2019 om 14:14 (1 versie geïmporteerd)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

corporatieve organisatie verbonden met het Vlaamsch Nationaal Verbond-VNV (1936-1941).

In het geheim akkoord tussen Rex en het VNV (6 oktober 1936) werd voorzien in een samensmelting van de rexistische vakbonden en het Vlaamsch Nationaal Syndicaat (VNS) tot een gezamenlijke sociale organisatie. Op 28 november 1936 werd de organisatie boven de doopvont gehouden als Vlaamsche Arbeidsorde. Victor Leemans werd door de VNV-leiding aangezocht als leider. Hij drukte er zijn ideologische stempel op. Vlaamsche Arbeidsorde wilde een organisatorische verbinding zijn van werkgevers en -nemers. De volksgemeenschappelijke verbondenheid en de christelijke maatschappijopvattingen vormden de basis van het sociale leven, waarbij arbeid als een dienst aan het volk werd beschouwd. Deze maatschappij kon enkel gerealiseerd worden in een autoritaire en gecentraliseerde volksstaat.

Het socialistische Belgisch Vakverbond beschouwde de nieuwe concurrent als een uiting van fascistisch totalitarisme. De houding van de katholieke werknemersorganisatie was dubbelzinniger. Vlaamsche Arbeidsorde wakkerde het wantrouwen aan van het Algemeen Christelijk Werk(nem)ersverbond en lag zo mee aan de basis van het mislukken van een Beginselakkoord tussen het VNV en de Katholieke Vlaamsche Volkspartij (KVV) (8 december 1936). Niettemin streefde Antoon Wolfs, algemeen secretaris van de Christelijke Bond der Beambten en Arbeiders in Openbare Dienst, in het voorjaar van 1937 naar een fusie van Arbeidsorde met de christelijke vakbond. Ook Emiel Verheeke, voorzitter van het Verbond der Christene Textielbewerkers van België, stond allerminst afkerig tegenover Arbeidsorde. Maar het water was voorlopig te diep.

De algemene raad van Vlaamsche Arbeidsorde, onder leiding van Leemans, bestond uit de Vlaamse rexisten Paul de Mont, Robert Gits, Eugène Mertens de Wilmars en uit de VNV/VNS'ers August de Wilde, Luc Matthys en Karel Lambrechts. De samenwerking verliep niet vlot. De rexistische vakbond was nauwelijks georganiseerd en bovendien rezen er politieke spanningen. Toen de moederorganisaties in september 1937 hun samenwerking staakten werd Arbeidsorde uitsluitend een VNV-aangelegenheid en de notie 'Vlaamsche' verdween uit de naam.

Arbeidsorde was een loutere studiecommissie. Het organiseerde enkele congressen en gaf een gelijknamig maandblad uit dat van 1938 af verscheen. Op het terrein van de concrete vakbondswerking bleef VNS de operationele organisatie, terwijl Arbeidsorde ook nog kon rekenen op de steun van de Vlaamsch Nationale Ziekenfondsen.

Onmiddellijk na de capitulatie op 28 mei 1940 eiste Arbeidsorde het syndicaal monopolie in Vlaanderen op. Deze claim maakte een onderdeel uit van het totalitaire streven van het VNV. De Duitse overheid weigerde hierop in te gaan. De daaropvolgende besprekingen tussen Leemans en Hendrik de Man in september 1940 over de oprichting van een Arbeidsfront liepen spaak omdat elkeen vasthield aan zijn uiteenlopende zienswijze op de Belgische staatsstructuur en de daarmee verbonden syndicale structuur. Leemans gaf voor einde juli 1940 ontslag. Hij had al op 6 juli de functie van adjunct-commissaris voor wederopbouw aanvaard. Sinds juli 1940 bestond de algemene leiding uit de nieuwe leider, Lambrechts, Jozef Devroe (ondervoorzitter van het VNS), Marcel de Ridder (secretaris van het VNS), Verheeke die met zijn organisatie overstapte en Edgard Delvo, secretaris-generaal van de socialistische Centrale voor Arbeidersopvoeding, die er evenwel niet in slaagde een noemenswaardige socialistische overstap te bewerkstelligen.

Bij de stichting van de Unie van Hand- en Geestesarbeiders (UHGA) (22 november 1940) werd Arbeidsorde in het leidende Comité van Acht vertegenwoordigd door De Ridder en Lambrechts. Toen deze laatste naar Duitsland vertrok werd De Ridder de nieuwe leider. Met het reorganisatieplan van de UHGA in oktober 1941 kreeg Arbeidsorde de meeste sleutelfuncties van de interprofessionele gewestelijke bureaus en van het secretariaat-generaal van Vlaanderen in de persoon van De Ridder in handen. Arbeidsorde ging volledig op in de UHGA. Op 1 april 1942 kwam Delvo aan het hoofd van de UHGA.

Literatuur

V. Leemans, De Vlaamsche Arbeidsorde in de branding, z.j.; 
id., Nota over de vakbeweging, 9 september 1940; 
K. Leeman, Het Vlaams Nationaal Syndikaat en de Vlaamse Arbeidsorde tot 1940, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1981; 
W. Steenhaut, De Unie van Hand- en Geestesarbeiders. Een onderzoek naar het optreden van de vakbonden in de bezettingsjaren (1940-1944), RUG, onuitgegeven doctoraatsverhandeling, 1983. 
B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994.

Auteur(s)

Wouter Steenhaut; Bruno de Wever